Wees voorbereidt
Het geloofsleven is een leven van constante overgave aan de Heer, de constante zelfverloochening (de eigen-ik doen sterven). Hoe meer de eigen ik sterft, hoe meer Christus tot leven komt in ons. Zonder de kracht van God zijn wij en kunnen wij niets en toch hebben wij ook een deel in de werken Gods nl. het willen. Het willen is de keus die wij maken onszelf helemaal aan God over te geven, Hem de regie over ons leven te geven.
Zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus.( 1Corinthiër)1:7).
Verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Jezus Christus ( Titus 2:13).
Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen(1 Thessalonicenzen 4:15-18).
"Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden(1 Corinthiërs 15:51-52)".
Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen (Filippenzen 3:20-21).
De gelovigen zien uit naar de komst van Christus, maar weten zij hoe zij zich op Zijn wederkomst moeten voorbereiden?
Opdat wij, gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens (Titus 3:7).
Niet door het feit dat iemand in God gelooft, is hij erfgenaam, niet doordat hij lid is van een kerk, of goede werken verricht, maar alleen die door het geloof in de kracht des Geestes zichzelf overwonnen heeft en de Koninklijke heerschappij van Christus in zijn leven heeft aanvaard, wordt erfgenaam, mede-erfgenaam van Christus.
Maar gelijk Hij Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gij zelven heilig in al uw wandel; Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig(1 Petrus1:15,16).
Er is een hoop werk voor ons, wij moeten voorbereid zijn voor de 2e komst van onze Heer en Schepper.